-
" En hetzij dat een lid lijdt,
zo lijden al de leden mede
" 1 Korinthe 12 vers 26
Geldzorgen houden we graag buiten de deur. Sluipen ze wel binnen, dan verstoppen we ze het liefst voor anderen. Maar juist een kerkelijke gemeente moet een plaats van ‘medelijders’ zijn.
De centralist van de alarmcentrale meldt zich bij een ambulancepost ergens op de Veluwe. Iemand heeft gebeld omdat een mevrouw last heeft van ernstige benauwdheidsklachten. Het lijkt de centralist goed om een ambulance naar haar adres te sturen. Een chauffeur en verpleegkundige rijden met gepaste spoed naar het opgegeven adres. Wat zullen ze er aantreffen?
Een jonge moeder met hyperventilatie, zo blijkt als het ambulanceteam zich meldt. Nu is hyperventilatie niet direct ernstig, maar je kunt het er wel flink benauwd van krijgen. Met hulp van de chauffeur en verpleegkundige weet de patiënt haar ademhaling weer onder controle te krijgen. Als dat is gelukt, informeert het ambulancepersoneel of er misschien iets speelt in het privéleven van de jonge moeder. Want als ze weet waardoor de hyperventilatie is ontstaan, weet ze ook in welke richting ze een oplossing moet zoeken.
De verpleegkundige hoeft maar weinig vragen te stellen om de oorzaak van de benauwdheidsklachten te achterhalen. De patiënt heeft schoolgaande kinderen, en een ervan werd door een klasgenootje uitgenodigd voor een feestje. Dat is te veel gevraagd voor het gezin, dat moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Moeder voelt zich voor een onmogelijke keus staan. Als ze haar kind met een cadeautje naar het feestje laat gaan, houdt ze te weinig geld over om eten te kunnen kopen. Maar kiest ze voor eten, dan kan haar kind niet naar het feestje én weten straks misschien alle ouders dat er thuis zelfs geen geld is om een cadeautje te kopen. Wat moet ze doen?
De stress over die vraag is zo groot, dat ze ervan gaat hyperventileren.
Een bevriende ambulanceverpleegkundige vertelt me kort na mijn benoeming tot beleidsmedewerker voor de Generale Diaconale Commissie over het voorval. Het raakt me. Er zijn, niet ver van huis, mensen die verkeren in een financiële nood waarvan ik me geen voorstelling kan maken. Hun zorgen beperken zich bovendien niet tot geldzorgen, maar zijn ook de oorzaak van heel veel andere problemen. Imagoproblemen bijvoorbeeld, want hoe voorkom je dat een ander weet dat je bijna geen geld hebt om eten te kopen? Loyaliteitsproblemen ook, want hoe voorkom je dat de mensen om je heen last hebben van jouw financiële nood? En dan zijn er nog de gezondheidsproblemen. Want de hoofdbrekens en de slapeloze nachten bezorgen de noodlijders niet alleen een slecht humeur, maar mogelijk ook allerlei vage of zelfs heftige klachten. De casus laat duidelijk zien dat geldgebrek geen probleem op zich is, maar aan alle aspecten van het leven raakt – van geluk tot gezondheid.
Rond dezelfde tijd lees ik ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ van de Belgische politicoloog en journalist Tim ’S Jongers. ’S Jongers groeide zelf op in een gezin met chronische geldproblemen, maar wist zich eraan te ontworstelen. Door zijn afkomst weet hij haarfijn de kwetsbaarheid van gezinnen in financiële nood te schilderen. Hij beschrijft in zijn lezenswaardige boek bijvoorbeeld hoe geldgebrek tot een kettingreactie leidt. Zo bezoeken mensen in armoede nauwelijks een tandarts omdat ze de rekening niet kunnen betalen. Bij ernstige gebitsproblemen kiezen ze voor de goedkoopste oplossing, die vaak bestaat uit wat ‘lapwerk’. Het gevolg: een slecht gebit, waarmee ze een slechte indruk maken tijdens een sollicitatiegesprek en mogelijk een goede baan mislopen. De stress daarover kan weer voor gezondheidsklachten zorgen, terwijl de baanafwijzing het begin kan zijn van een eigen leven boordevol armoede. Ontsnappen uit die cirkel blijkt doorgaans onbegonnen werk.
Als nieuwbakken beleidsmedewerker leer ik ook een belangrijke les: draai niet simpelweg aan wat knoppen om een probleem op te lossen, maar kijk verder – naar de échte oorzaken. Want alleen zo kun je ook met échte oplossingen komen.
Geldproblemen zijn niet iets van buiten de kerk. Ook je eigen gemeenteleden kunnen moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Een duur huis, een financiële tegenvaller of een ondoordachte keuze kan een ouderpaar nachten uit hun slaap houden. Want hoe lossen ze hun probleem op? Hoe voorkomen ze dat anderen dat probleem ontdekken? En hoe zorgen ze ervoor dat hun kinderen er niet de dupe van zijn?
We vinden het – binnen en buiten de kerk – moeilijk om ons kwetsbaar op te stellen. Niemand loopt graag met zijn lijden te koop. Logisch, want kwetsbaarheid vraagt om veiligheid. Maar veroordelen ligt ons vaak beter.
Toch zou juist de kerkelijke gemeente een plaats moeten zijn waar armoede een ‘veilig thema’ is. Omdat we weten dat niemand reden heeft om zich boven de ander te verheffen, en dat al ons ‘bezit’ gekregen is. En omdat we vanuit (christelijke) bewogenheid om willen zien naar elkaar. Zodat noodlijdende gemeenteleden niet alleen hoeven te hyperventileren, maar zich getroost weten door de hulp van medelijders – ‘lekendiakenen’ die elkaars lasten dragen en daarmee de wet van Christus vervullen. Al was het alleen maar door de nood te signaleren en de drempel naar de diaconie te verlagen. Bent u, ben jij ook zo'n medelijder?