mannenbond

Welkom

Ga …

De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. En Ik zal u …….. en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.

Genesis 12:1-4

Abrams leven is onze diepe aandacht alléén waard, omdat de HEERE der heerlijkheid in zijn leven verscheen. Gods machtwoord weerklonk en Abrams levensloop ging in een ongedachte richting. Eens zei God: Daar zij licht. En er wás licht. Zó werd de wereld geschapen. God zei: Ga ..  En Abram gaat. Zó wordt de wereld hérschapen. Groot is het geloof dat belijdt: HEERE God, Gij zijt als één die zegt: kom, en men komt; ga, en men gaat; doe dat, en men doet alzo. Zo deed Abram, met recht wordt hij de vader van al de gelovigen genoemd.  

En zo moet uw en mijn leven ook beginnen. Vanuit God. Dat is pas echt leven. Ga, zegt God, ga uit. Om in Gods weg te gaan, moet we blijkbaar eerst overal uit. We constateren hier een climax: eerst uit je land, dan uit je familie en zelfs ook uit je ouderlijk huis. Abram wordt gewoon losgepeld uit wat hem als beschermende ringen omgaf. Wij beseffen met moeite wat dit alles voor een toenmalige oosterling te betekenen had. Die uitgang was niet minder dan een kruistocht, een totale zelfopoffering, een krankzinnige zelfmoord. Eerst eist God altijd: verlaten, loslaten, opgeven. God begint ons eerst van alles te beroven. Maar wat God neemt, vergoedt Hij honderdvoudig. Wie om het Koningrijk alles opgaf, zal door God royaal schadeloos gesteld worden. Verliet ook Abram niet alles om het Koninkrijk Gods? Hij kreeg een nieuw vaderland en achteraf bezien was Kanaän nog maar een pand van het betere vaderland (Hebr. 11: 10). God zou hem het gebied nog wijzen. In het geloof moeten we God vaak vrij mandaat geven. Emigreerde Abram niet met onbekende bestemming? Hem zou God tot een groot volk maken en zijn naam tot een grote naam.

Vijfmaal lees ik in dit gedeelte van zegen en zegenen. Juist door radicaal losgemaakt te worden kan de vader der gelovigen alle geslachten tot zegen worden: een universele zegen. Niet door de onzinnige actie in de vlakte van Sinear, maar door Gods initiatief wordt de vloek veranderd in zegen. De vermetele bouwers van de toren van Babel wilden zichzelf een naam maken (Gen. 11: 4). God maakte Abram echter een naam als in de slaap. De beloofde zegen verlost van verstrooiing en verwarring. De naam die God Abram maakt is uniek onder de hemel. Als een sterke toren reikt die naam boven alle volken uit.

Heel dit meeslepende perspectief toont ons Christus van verre, maar toch met de verheugende mogelijkheid Hem te omhelzen. Wie het geluk van deze Koning prijzen, worden gezegend en zijn zelf op hun beurt tot zegen. Wie Hem evenwel tegenstaan en vloeken, worden onder Zijn ijzeren roede tot een afgrijselijke vloek. Voor alle geslachten wil God in Hem een schat van zegeningen tot erfdeel laten zijn. Daartoe verliet Hij de hemel, het huis van de Vader met de vele woningen. Uit kracht van wat zijn grote Nakomeling verrichtte, kon Abraham zijn die hij was en kon hij doen wat hij deed. Daarom toog Abram heen. Hij was vijfenzeventig jaar toen hij uit Haran ging. Toen hij stierf was hij honderdvijfenzeventig: Een eeuw geloven!

Abrams geloof was geen kadaverdiscipline, maar kinderlijke gehoorzaamheid. Het geloof is een gave en schepping van God. Waar het Woord weerklank vindt, boezemt het alles in: leven, bereidwilligheid en kracht (2 Petr. 1: 3). Uw God, o Israël, heeft door Zijn bevel de kracht u toegebracht (Psalm 68). Alles neemt God mee als Hij komt door Woord en Geest. Voor wijzen en verstandigen is het verborgen, maar de kinderkens is het geopenbaard, dat geloof genade is en ongeloof schuld. Hoe ongerijmd ons dit ook in de oren mag klinken.

Abram neemt weliswaar een geheel unieke plaats in. Als vader der gelovigen is hij echter ook tot een voorbeeld voor al zijn echter kinderen. Want we weten: het is niet al Israël, wat uit Israël is. Daarom enkele onvermijdelijke vragen. Leerden we alles verlaten om het Koninkrijk in te gaan? Verloren we het leven om het in Israëls Koning te vinden? Dat is het heilgeheim. De Wereld verlaten en in een nieuw, godzalig leven wandelen op reis naar het toekomstig Vaderland. Emigranten op weg naar het land dat God ons wijzen zal. Abram werd geroepen en verkoren. Ook wij moeten door genade leren roeping en verkiezing vast te maken.

Uit: Een eeuw geloven, ds. H.G. Abma

 

  • © hersteld hervormde kerk 2026